Orthopedie

Orthpedie

Klik om te vergroten

Het vakgebied orthopedie behandelt alle aandoeningen die uitgaan van het steun- en bewegingsapparaat, met andere woorden alle aandoeningen van de botten, gewrichten, spieren, pezen en banden. Orthopedische problemen gaan vaak gepaard met een vorm van kreupelheid, daarom dat het kreupelheidsonderzoek een belangrijk onderdeel uitmaakt van de discipline. Ook problemen van het zenuwstelsel kunnen bewegingsproblemen geven.

Een kreupelheidsonderzoek is vaak niet zo simpel als het soms lijkt, een nauwkeurig onderzoek kost dan ook vaak veel tijd. Een kreupelheid kan verschillende oorzaken hebben zoals trauma, overbelasting, spierpijn, peesbeschadigingen, slijtage in gewrichten, band en bandaanhechtingsproblemen, enz. Tijdens het kreupelheidsonderzoek tracht de dierenarts een idee te krijgen om welk been (of welke benen) het gaat en van de mate van kreupelheid. Hierbij wordt vervolgens geprobeerd om de specifieke lokalisatie van het probleem nauwkeuriger te bepalen.

Om de gangen van het paard goed te kunnen beoordelen is een zogenaamde monsterbaan noodzakelijk. Op deze rechte baan, op een harde, gelijke bodem, wordt het paard in stap en in draf bekeken ('monsteren'). Er wordt dan gelet op de regelmaat en symmetrie van de bewegingen die het paard maakt.

Na de beoordeling op de rechte lijn, worden de bewegingen van het paard ook bekeken op de volte in stap en in draf, zowel linksom als rechtsom en zowel op een harde als zachte ondergrond. Een aantal kreupelheden zijn immers beter zichtbaar op de harde bodem, terwijl anderen beter tot uiting komen op de zachte bodem.

De volgende stap in het kreupelheidsonderzoek is het uitvoeren van de verschillende buigproeven om aan de hand hiervan een eerste indruk te krijgen over de mogelijke lokalisatie van het probleem. Hierbij wordt door middel van het buigen van een of meerdere gewrichten een mate van druk en spanning op verschillende structuren in het been gezet. Zowel het buigen zelf als het wegdraven na het buigen wordt vervolgens beoordeeld. Als duidelijk is geworden aan welk been (of aan welke benen) het probleem zich bevindt, wordt het onderzoek vervolgd met een uitwendige beoordeling (inspectie) van het been, gecombineerd met het aftasten (palpatie) van het been om eventuele zwelling of andere afwijkingen op te sporen.

Om nog nauwkeuriger de lokalisatie van de kreupelheid te bepalen, kunnen bepaalde delen van het been tijdelijk plaatselijk verdoofd worden door middel van een gewrichts- of geleidingsanesthesie. De pijn (en het gevoel) wordt dan in een bepaalde regio van het been uitgeschakeld. Na een korte inwerkingsperiode van het verdovingsmiddel, worden de bewegingen van het paard opnieuw bekeken op de rechte lijn en eventueel ook op de volte. Er wordt hierbij specifiek gecontroleerd of de kreupelheid al dan niet verminderd of verdwenen is. Dit type onderzoek laat ons toe om een zeer specifiek deel van het been verder te onderzoeken met behulp van de verschillende beeldvormingstechnieken zoals röntgen of echo.

Röntgenfoto's kunnen gemaakt worden om botletsels en botveranderingen op te sporen. Om letsels aan de weke delen (spieren, pezen, banden en gewrichtsstructuren) in beeld te brengen is echografie een ideaal hulpmiddel.
Eens het probleem in kaart is gebracht en een diagnose is gesteld, volgt er een passend behandelplan. Veel voorkomende onderdelen hiervan zijn : een aangepast beslag, lokale behandelingen van pezen en gewrichten en aangepaste beweging. Vaak bestaat het plan uit een combinatie van verschillende behandelingen.