Luchtwegproblemen

Luchtwegen aandoeningen

Luchtwegen aandoeningen

Ieder paard hoest wel eens. Voor de eigenaar is het vaak moeilijk te bepalen wanneer het om een onschuldige hoest gaat en wanneer de dierenarts gebeld moet worden.  De luchtwegen van het paard worden onderverdeeld in de voorste luchtwegen: neusgangen en luchtpijp, en de achterste luchtwegen: bronchiën en longblaasjes in de longen. Als een paard hoest, komt dat door irritatie van de luchtwegen. De meeste oorzaken van het hoesten zijn van allergische aard of chemisch van oorsprong, en meestal ontstaat door inademen van (stof)deeltjes die de luchtwegen direct irriteren, of door beschadiging van het luchtwegslijmvlies door infecties met bacteriën of virussen. Een gezond paard hoest niet en heeft in rust een ademhalingsfrequentie van acht tot veertien keer per minuut en geen neusuitvloeiing, behalve misschien wat waterig vocht. De lichaamstemperatuur mag niet hoger dan 38 graden Celcius zijn. Een paard met luchtwegproblemen kan gaan hoesten, sneller dan normaal gaan ademen, pompende bewegingen met borst en buik maken en/of een witte tot groene uitvloeiing uit de neus hebben. Daarbij kan ook het uithoudingsvermogen verminderd zijn. De lichaamstemperatuur kan verhoogd zijn.

Veruit de belangrijkste klacht met betrekking tot de luchtwegen bij paarden in Nederland is chronisch hoesten ten gevolge van chronische bronchitis of astma. Deze aandoeningen worden gekenmerkt door een ontstekingsreactie in de luchtwegen waardoor zich slijm vormt in de luchtpijp en de bronchiën. Hierdoor kan het paard gaan hoesten en door het slijm in de longen wordt het uithoudingsvermogen verminderd.

Bij astma is er een ontsteking van de luchtwegen door overgevoeligheid voor stof uit hooi of stro. Hierin komen nogal eens schimmels en bacteriën voor, die allergieën kunnen veroorzaken. Veel paarden blijken zo’n allergie te hebben. Naast de luchtwegontsteking ontstaat er ook een vernauwing van de kleinere luchtwegen. Chronische bronchitis kan het gevolg zijn van een ‘normale’ luchtweginfectie, veroorzaakt door een virus (bijvoorbeeld influenza) of een bacterie. Doordat er bij bronchitis, net als bij astma veel slijm wordt gevormd en dit slijm de luchtwegen irriteert, houdt de ontstekingsreactie zichzelf in stand. Een ontsteking die langer dan enkele weken duurt, wordt chronisch genoemd.

Als een paard koorts heeft, neusuitvloeiing vertoont en ‘nergens meer zin in heeft’, is het belangrijk de dierenarts te laten beoordelen wat de ernst van de ziekte is en welke therapie ingesteld moet worden. Als uw paard ‘slechts’ enkele malen hoest, maar verder geen ernstige ziekteverschijnselen vertoont, is het ook verstandig uw dierenarts te raadplegen. Dit hoesten kan namelijk al een teken zijn van een chronische luchtwegaandoening. Hoesten is immers altijd een reactie op irritatie van de luchtwegen. In alle gevallen is het belangrijk om een paard dat benauwd is, de nodige rust te geven, om het gevaar van longemfyseem te voorkomen. Niet altijd wordt hiermee alleen boxrust bedoeld.

In sommige gevallen is een kuur met bepaalde medicijnen voldoende om het probleem op te lossen. In andere gevallen kan uitgebreider onderzoek nodig zijn om de oorzaak van de luchtwegaandoening vast te stellen en om na te gaan in hoeverre de longen eventueel al zijn aangetast. 

Naast het geven van medicijnen kunt u zelf ook vaak veel verbeteren aan de omstandigheden waaronder het paard gehouden wordt. Stof is een algemene oorzaak van luchtwegproblemen.

Er zijn verschillende maatregelen die u kunt treffen om de hoeveelheid stof in de omgeving van uw paard te verminderen: 

  • Hooi goed nat maken of liever voordroogkuil voeren.
  • Opstallen in een buitenbox (bovendeur open) en zoveel mogelijk weidegang met frisse lucht geven.
  • Geen stro gebruiken als bodembedekker, maar overgaan op houtkrullen, vlasvezels of papiersnippers.
  • Zorgen voor een zeer goede ventilatie in de stal en de stal vaak uitmesten om ammoniakdampen te voorkomen.

Andere maatregelen om luchtwegaandoeningen te voorkomen:

  • Tocht dient te allen tijde vermeden te worden.vermijden. Dit geldt in nog belangrijkere mate voor natte, bezwete paarden, die in een tochtstroom vatbaarder zijn voor infecties.
  • Regelmatig (eventueel twee keer per jaar) inenten tegen influenza. Ook andere paarden op stal dienen te worden gevaccineerd. Hierdoor wordt de infectiedruk verlaagd.

Een paard dat geen koorts heeft, maar behandeld wordt voor een chronisch luchtwegprobleem, mag lichte arbeid verrichten om het slijm in de longen los te maken.

Genezen 

De behandeling van een paard met een luchtwegaandoening, is sterk afhankelijk van de oorzaak van de aandoening. Als eenmaal deoorzaak voldoende is vastgesteld, zal uw dierenarts een therapie voorschrijven met passende medicijnen. Als er een kuur gedurende meerdere dagen of weken wordt voorgeschreven, is het belangrijk dat er geen dag wordt overgeslagen. Dit zou de werking van de medicijnen verminderen of zelfs teniet doen.
Er zijn verschillende medicijnen die gebruikt kunnen worden om uw paard met luchtwegproblemen te behandelen.

Antibiotica 

Welk antibioticum voorgeschreven wordt, hangt onder andere af van de gevoeligheid van de bacterie die meespeelt

Slijmoplossendemiddelen

medicijnenClenbuterol(Ventipulmin®)
Dit middel zorgt ervoor dat de luchtwegen zich verwijden en het slijm in de luchtwegen verdund wordt en gemakkelijker wordt afgevoerd. Het paard zal hierdoor beter kunnen ademen; de neusuitvloeiing en het hoesten verminderen. Ook heeft clenbuterol een anti-allergische en ontstekingsremmende werking, welke gunstig is bij paarden met overgevoeligheid voor stof en schimmelsporen. Clenbuterol wordt meestal gedurende vier tot zes wekenvoorgeschreven.

Dembrexine(Sputolysin®)
Dit product verdunt het slijm in de longen, waardoor het beter kan worden opgehoest. Het paard zal dus niet meteen stoppen met hoesten, omdat dit middel de hoest niet onderdrukt. Sputolysin® zorgt er tevens voor dat de kleinste longblaasjes niet dichtklappen, zodat de elasticiteit van de longen niet achteruitgaat en het effect van antibiotica in de longen toeneemt. Slijmoplossers worden meestal voorgeschreven bij acute aandoeningen van de luchtwegen.

Acetylcysteïne(Equimucin®)
Dit poeder vermindert de viscositeit van het slijm in de luchtpijp en in de bronchiën, en helpt tevens het slijm op te lossen wat vooral aanwezig is in de chronische gevallen van luchtwegproblemen.

Ontstekingsremmers
Deze verminderen in het algemeen ontstekingsreacties, dus ook die in de longen. Deze middelen worden voornamelijk ingezet als een allergie de oorzaak is van de luchtwegproblemen. Tevens versterken corticosteroïden de werking van clenbuterol en gaat het gewenning tegen. Corticosteroïden kunnen wel bijwerkingen veroorzaken, dus gereserveerd gebruik is raadzaam.

Hoestpoeders 

medicijnen2Kruidenmixen en hoestpoeders kunnen ondersteunend ingezet worden. Maar let op, want veel van deze middelen onderdrukken de hoest. Dat is niet goed. Hoesten is namelijk gunstig ,want het zorgt voor het verwijderen van slijm. Een slijmoplosser is dus vaak een betere therapie. Roep bij twijfel altijd de hulp van uw dierenarts in, zodat u direct de juiste aanpak kiest. Alleen dan kunt u blijvende schade voorkomen.

Uit voorgaande blijkt wel dat de behandeling van paarden die hoesten, zeer verschillend kan zijn. De belangrijkste verschillen in de behandeling liggen in de oorzaak en de mate waarin de ziekte chronisch is geworden. Besteed daarom altijd veel aandacht aan de omstandigheden waaronder het paard gehouden wordt.