Tandheelkunde

Een goed functionerend gebit is erg belangrijk voor paarden, pony's en ezels. Het voorkomt of lost rijtechnische problemen op en dient voor een goede vertering van het voer. Gelukkig zien ook steeds meer paardeneigenaren de toegevoegde waarde van tandheelkunde bij het paard. Vroeger werden tandheelkundige handelingen bij paardachtigen verricht op het moment dat er problemen waren. De technische mogelijkheden in de tandheelkunde bij paardachtigen zijn de laatste jaren echter sterk toegenomen. Dierenartsenpraktijk Landsmeer probeert gebitsproblemen te voorkomen door de preventieve gebitsbehandelingen en -controles bij de jaarlijkse enting uit te voeren.
Rijtechnische problemen zoals hoofdschudden, het bit vastpakken en verzet, kunnen veroorzaakt worden door gebitsafwijkingen zoals emaillepunten op de kiezen van de bovenkaak. Deze emaillepunten kunnen zeer scherp worden, waardoor grote beschadigingen van het wangslijmvlies kunnen ontstaan.
Het kauwvlak van het gebit dient nagenoeg vlak te zijn indien men de mond inkijkt en het moet een lichte helling (ongeveer 15 graden) naar de buitenzijde (wang) hebben. Door deze bouw zijn de zijwaartse (en deels voor- en achterwaartse) kauwbewegingen van de onderkaak ten opzichte van de bovenkaak mogelijk. Op het moment dat het paard problemen heeft aan een kies en/of kaak zal het de betreffende kaakhelft minder gaan gebruiken, waardoor de helling van de kiezen zal toenemen (meer dan 15 graden). Er kan op deze manier een schaargebit worden ontwikkeld. Indien aan de voor- en achterzijde van het kauwvlak haken zitten, zullen de voor- en achterwaartse bewegingen beperkt worden. Hierdoor ontstaat er spanning in het kaakgewricht.

Wisselen

Het wisselen van de snijtanden en de kiezen varieert per paard, waarbij afwijkingen van een half jaar kunnen voorkomen. Door de variatie in het wisselen van de  tanden is de leeftijdsbepaling aan de hand van het gebit een schatting. Een paard heeft zowel in de bovenkaak als in de onderkaak zes snijtanden. Alles wat er meer of minder zit, wordt als afwijkend beschouwd. Het wisselen van de snijtanden begint bij de twee binnenste snijtanden op een leeftijd van ongeveer drie jaar, de middelste snijtanden beginnen op ongeveer vier jaar te wisselen en de twee buitenste snijtanden op een leeftijd van ongeveer vijf jaar. Bij een volwassen paard zijn zowel in de onderkaak als in de bovenkaak twaalf kiezen aangelegd; zes kiezen per kaakhelft. In het melkgebit zijn er zes kiezen in de bovenkaak (3 rechts en 3 linksboven) en zes in de bovenkaak (3 rechts en 3 linksonder). Tijdens het wisselen van de melkkiezen groeien de ware kiezen vanuit de kaak naar de mondholte toe en duwen de melkkiezen en de doppen eruit. Doppen zijn restanten van de melkkiezen. De doppen op de voorste kiezen verdwijnen op een leeftijd van ongeveer tweeënhalf jaar, op de tweede kiezen op ongeveer drie jaar en op de derde kiezen op ongeveer vierjarige leeftijd. Op een leeftijd van respectievelijk ongeveer een, twee en drieënhalf jaar worden de drie achterste kiezen zichtbaar.

Wolfstandjes

Wolfstanden zijn kleine, rudimentaire kiezen (zonder functie) die voor de eerste 'echte' kiezen liggen. Ze wisselen in grootte en ligging, meestal liggen ze strak tegen de voorzijde van de eerste kies aan. Sommige wolfstandjes hebben wortels en andere wolfstandjes liggen los in het tandslijmvlies. De wolfstandjes bevinden zich over het algemeen in de bovenkaak, soms in de onderkaak. Wolfstandjes komen tevoorschijn op een leeftijd van ongeveer zes tot twaalf maanden, bij 30% van de paardenpopulatie. Kauwproblemen zijn er nooit door wolfstandjes. Rijtechnische problemen kunnen er echter wel door veroorzaakt worden. Bijvoorbeeld doordat het bit tegen de wolfstanden stoot. Op het moment dat er rijtechnische problemen zijn of men problemen met de wolfstandjes in de toekomst wil uitsluiten, worden de tandjes bij de eigenaar thuis verwijderd.

Kieswortelontsteking

De kies(wortels) kunnen ontstoken raken door:

  • een gebroken kies (geheel of gedeelte);
  • hematogeen (via het bloed);
  • trauma, waardoor kieswortel/kaak gebroken is (infectie van buitenaf);
  • cariës;
  • peridontitis (tandvleesontsteking);
  • infundibulum necrose (tandkanaal (bovenkaakskiezen) rotting)

Een paard heeft zes kiezen per kaakhelft. In de bovenkaak komen de wortels van vier kiezen in de sinus (voorhoofdsholte) uit. Als de wortels van een of meer van deze vier kiezen ontstoken zijn, kan het paard een sinusitis (voorhoofdsholteontsteking) krijgen.
De symptomen van een sinusitis kunnen zijn stinkende, (eenzijdige) neusuitvloeiing en een gezwollen warme bovenkaak. De diagnose van een ontstoken kies kan gesteld worden aan de hand van de anamnese, een goed klinisch onderzoek, een röntgenfoto en CT-scan.

De therapie bestaat uit het weghalen van de aangetaste kies of kiezen. Afhankelijk van welke kies is aangetast, hoe de kies is aangetast en het karakter van het paard, kan de kies door middel van staande extractie, stempelen of een buccotomie verwijderd worden. De nabehandeling kan lang duren.