Menu
  • Bel ons:020 - 482 18 54

Koeien

Informatie over koeien

Koeien

Bedrijfsgezondheidsplan/bedrijfsbehandelplan

Per 1 januari 2012 dient elke melkveehouder samen met zijn of haar dierenarts een zogenaamd 'bedrijfsgezondheidsplan' te hebben opgesteld. Dit bedrijfsgezondheidsplan helpt u om dieren nog gezonder te houden en dient jaarlijks te worden aangepast op de actuele situatie van uw bedrijf.

Borging

Het bedrijfsgezondheidsplan is gericht op de borging van het gezond houden van de dieren, een hoge melkkwaliteit en veilig en gemakkelijk werken. Het bedrijfsbehandelplan is onderdeel van het bedrijfsgezondheidsplan. Het bedrijfsgezondheidsplan beschrijft de volgende zaken met betrekking tot de diergezondheid op uw bedrijf:

  • Waar u staat?
  • Wat er goed gaat?
  • Waar het mogelijk beter kan?
  • Wat u kunt doen om deze verbeteringen op een praktische manier uit te voeren?

Met andere woorden: waar liggen de mogelijkheden om uw koppel vee op een praktische manier nog gezonder te houden?

Bedrijfsbehandelplan

Op een bedrijfsbehandelplan staat beschreven hoe u zieke koeien en kalveren dient te behandelen. Een bedrijfsbehandelplan kent een vaste indeling:

  • De diagnose
  • De keuze van behandeling (middel en combinaties)
  • De dosering
  • De toedieningswijze
  • De duur van de behandeling
  • Wachttijdsadviezen

Een bedrijfsbehandelplan wordt verplicht i.v.m. de borging van verantwoord en transparant gebruik van diergeneesmiddelen. Een specifiek BBP is speciaal toegespitst op en uniek voor uw bedrijf. Het wordt opgebouwd en aangepast naar aanleiding van bedrijfsspecifieke informatie m.b.t. dierziekten, ziektekiemen en antibioticumgevoeligheid op uw bedrijf. Behandelingen volgens specifiek BBP hebben de hoogste slagingspercentages en het hoogste rendement.

Leverbot

Bij het rund zien we, i.t.t. bij het schaap, vrijwel nooit acute sterfte als gevolg van een leverbot-infectie. De meest voorkomende verschijnselen zijn verminderde productie, vruchtbaarheidsproblemen en slechte groei en ontwikkeling van het jongvee. De schade kan oplopen tot meer dan €6000,- op een gemiddeld rundveebedrijf.

Bloedonderzoek geeft vanaf vier tot zes weken na infectie aan of uw dieren besmet zijn. Mestonderzoek is ook mogelijk, vanaf tien tot twaalf weken na infectie. U kunt ook m.b.v. tankmelkonderzoek bij de oudere dieren een besmetting vaststellen. Een besmetting met leverbot gaat vaak samen met een Salmonella-besmetting. Ook is het koppel vaak vatbaarder voor andere ziekteverwekkers zoals BVD.

 In Nederland is enkel Zanil geregistreerd voor gebruik bij melkgevend rundvee. Fasinex is niet geregistreerd voor melkgevend rundvee en dient daarom aan het begin van de droogstand te worden gegeven. In het gebied boven Amsterdam bestaat er veel resistentie voor triclabendazole (de werkzame stof in Fasinex). Het is daarom aan te raden de koeien met Ivomec Plus, Zanil of Flukiver te behandelen. Zowel Ivomec Plus als Flukiver hebben geen registratie voor melkgevend rundvee en dienen dus ook aan het begin van de droogstand te worden toegediend. Hou er rekening mee dat er streng wordt gecontroleerd op residuen van leverbotmiddelen in tankmelk. Jongvee kan met de beschikbare middelen goed worden behandeld. Voor een op maat gemaakt plan om leverbot op uw bedrijf terug te dringen kan u altijd contact opnemen met uw dierenarts.

Ontwormen

Voor aanvang van het weideseizoen is het raadzaam een goed plan op te stellen voor de ontworming van vooral uw jongvee. Dit is soms wel moeilijker dan het op het eerste zicht lijkt. Er moeten veel factoren mee gewogen worden: vanaf wanneer gaat welke leeftijd naar buiten, welk grasland heeft u ter beschikking voor deze dieren, heeft er op dit grasland al eerder een kudde volwassen dieren gegraasd, wordt er eerst nog gemaaid, etc? Overleg vooral ook met een dierenarts voor u een wijziging of beslissing neemt in de wormpreventie op uw bedrijf.

Welke wormen spelen een rol bij rundvee?

Maagdarmwormen

Elk bedrijf, elk rund heeft maagdarmwormen bij zich. Kunst is om de dieren als kalf/pink hiermee in contact te laten komen, waarna ze een weerstand opbouwen. Ostertagia en Cooperia zijn de bekendste maagdarmwormen bij rundvee. Indien er niet goed nagedacht wordt over de bestrijding op het bedrijf is het risico groot op groeiachterstand bij het jongvee, en uiteindelijk dat de productie van de vaarzen tegenvalt.

Longwormen

Dieren besmetten zich tijdens de weidegang met de larve van de longworm. Na drie à vier weken zullen deze larven een volwassen stadium en de longen bereikt hebben, waarna ze op hun beurt eieren uitscheiden. Deze worden opgehoest en ingeslikt, waarna ze via de darm de buitenwereld bereiken. Bij lichte besmetting is er een typische hoest (gestrekte hals, tong naar buiten), maar zware besmettingen kunnen longonsteking veroorzaken of predisponerend werken in uitbraken met pinkengriep.

Omweiden en behandeling

Er zijn meerdere opties als het jongvee voor het eerst naar buiten gaat:

  • Behandelen na de weideperiode
  • Een bolus inbrengen voor het naar buitengaan
  • Ontwormen voor en tijdens de weideperiode
  • Of is omweiden voldoende?

De te volgen strategie hangt af van de weidebesmetting (geen besmetting, een lichte besmetting, een zware besmetting) en of de dieren naar buiten gebracht worden met al besmette, oudere dieren. Het is aan te raden samen met uw veearts een op maat gemaakt ontwormingsplan voor uw bedrijf te maken om problemen te voorkomen.

Te goed ontwormen is niet aan te raden, de dieren moeten in hun eerste weideseizoen immuniteit opbouwen tegen worminfecties. Als de dieren geen natuurlijke besmetting doormaken dan kunnen op latere leeftijd problemen optreden. Bij zware problemen en moeilijkheden kan er eventueel besloten worden tot longwormvaccinatie.

Diagnose en controle

U kunt controleren of het jongvee genoeg groeit, er zijn tabellen beschikbaar met minimum borstomtrekken in relatie tot de leeftijd, in de meeste managementprogramma’s, maar ook bij ons op de praktijk. U kunt ook bij het opstallen serum pepsinogeen gehaltes laten bepalen bij het jongvee, of een EPG laten uitvoeren op mest (aantal wormeieren per gram faeces om zo de mate van besmetting te bepalen).

Koekompas

Koeien die goed in hun vel zitten worden ouder en zijn minder vaak ziek. Om te meten of koeien goed in hun vel zitten is in samenwerking met dierenartsen en boeren het KoeKompas ontwikkeld. Het KoeKompas meet hoe het is gesteld met het dierenwelzijn op een boerderij. Aan de hand van een checklist worden onder meer de stal en het voer beoordeeld. Ook wordt er kritisch naar de koe zelf gekeken. Bijvoorbeeld heeft de koe geen wondjes en is haar vacht mooi glanzend. Het resultaat van de checklist is een score op zeven onderdelen. Met deze score heeft de boer aanknopingspunten om het dierenwelzijn verder te optimaliseren.

De dierenarts en veehouder lopen samen over het melkveebedrijf en beoordelen meer dan dertig prestatie-indicatoren. De dierenarts en boer kijken naar de koeien en de stal, maar ook naar het voer en de melkstal. Ze vatten al hun meetpunten samen op een scorelijst. Op basis hiervan wordt jaarlijks het KoeKompas opgesteld. Daarnaast formuleren de boer en dierenarts actiepunten waarmee zij aan de slag gaan om ervoor te zorgen dat de koeien op het melkveebedrijf blij blijven.

Vaccinaties

Vaccinaties rundvee

Er zijn diverse aandoeningen waartegen runderen preventief ingeënt kunnen worden. Zeker met de huidige regelgeving, waarbij het antibioticagebruik omlaag moet, wordt preventieve behandeling en dus vaccineren belangrijker. Tegen onderstaande aandoeningen kan tegenwoordig succesvol bij runderen gevaccineerd worden.

Kalverdiarree

Op veel bedrijven is diarree bij de jonge kalveren een groot probleem. Het resulteert in hoge uitval, veel uren extra werk en kost veel geld. Er zijn bij jonge kalveren vier belangrijke diarreeveroorzakers: Rotavirus, Coronavirus, E.Coli en Cryptosporidium. Er bestaat een goed vaccin voor koeien die het kalf beschermt tegen een Rota-, Corona- en Coli-infectie. Deze enting dient eenmalig toegediend te worden bij drachtige koeien, drie weken tot drie maanden voor het afkalven. Op sommige bedrijven met een hoge infectiedruk worden de drachtige koeien het gehele jaar gevaccineerd. Het streven moet echter zijn om tijdelijk een aantal koeien te vaccineren en na een aantal maanden weer te stoppen. Er bestaat een sneltest voor kalverdiarree om de oorzaak te achterhalen, deze testen kunnen we ter plaatse uitvoeren.

BVD

BVD is een ziekte die op steeds meer bedrijven voorkomt. Bij de ziekte BVD is het grootste probleem het ontstaan van dragers. Deze dragers zijn zelf gevoelig voor allerlei secundaire aandoeningen en ze scheiden continu virus uit, waardoor er weer nieuwe dragers geboren kunnen worden. Om te weten of BVD op uw bedrijf circuleert kunnen we een quick scan uitvoeren. Wanneer deze positief is, is het advies om eerst eventuele dragers op uw bedrijf te zoeken. Wanneer de dragers afgevoerd zijn is het verstandig om te gaan enten tegen BVD om zo te voorkomen dat er nieuwe dragers geboren worden.

Door alle dieren vóór het insemineren te enten tegen BVD wordt voorkomen dat de vrucht besmet wordt en kunnen er geen (nieuwe) dragers geboren worden. De basisenting bestaat uit twee injecties met vier weken ertussen. Daarna moet de enting een keer per zes maanden herhaald worden. Enten tegen BVD kan ook zinvol zijn zonder een positieve quick scan. Want BVD komen we op steeds weer nieuwe bedrijven tegen en circuleert dus in de omgeving. Door te gaan enten tegen BVD voorkomt u dat BVD ook uw bedrijf treft.

Enten tegen BVD werd de laatste jaren in verband gebracht met het ontstaan van zogenaamde bloederkalveren. Daar hoeft u echter niet bang voor te zijn, want de entstof die hier mogelijk verantwoordelijk voor was is van de markt gehaald. Wij gebruiken een andere entstof.

IBR

IBR is een zeer besmettelijk virus dat een ontsteking van de voorste luchtwegen veroorzaakt. Wanneer IBR uw stal binnenkomt en de koppel gevoelig is (weinig eigen afweerstoffen) krijgen veel dieren hoge koorts, tranende ogen, neusuitvloeiing en een sterke melkproductiedaling. In het ergste geval kunnen dieren overlijden. Vleesvee is gevoeliger voor IBR dan melkvee. De symptomen van een infectie bij vleesvee zijn heftiger en ze hebben een grotere kans om te overlijden aan een IBR-infectie. Het percentage dieren met afweerstoffen tegen IBR wordt wel eens door de GD onderzocht in de tankmelk. Veel koppels blijken tegenwoordig te weinig afweerstoffen te hebben tegen IBR. Wanneer dit bij uw koeien het geval is kan het verstandig zijn tegen IBR te gaan enten. Hierdoor kan de schade bij een eventueel binnenkomende infectie beperkt worden.

Daarnaast is het voor handelstallen en andere bedrijven die (veel) dieren aanvoeren belangrijk om de dieren te beschermen tegen IBR. Deze bedrijven hebben een grotere kans om met het aangekochte vee een infectie binnen te halen. Ook vleesveebedrijven doen er verstandig aan om de dieren standaard te beschermen tegen IBR omdat deze dieren, zoals eerder gemeld, gevoeliger zijn. Wij gebruiken de entstof bovilis IBR Marker. Alle dieren (vanaf drie maanden) moeten eenmaal geënt worden en dit moet elke zes maanden herhaald worden. Wanneer op een bedrijf reeds symptomen van een IBR-besmetting aanwezig zijn is het nog mogelijk de rest van de koppel te beschermen d.m.v. een vaccinatie in de neus.

Pinkengriep

Pinkengriep is een besmettelijke luchtweginfectie welke voornamelijk in het najaar/winter bij de dieren jonger dan een jaar voorkomt en schade aan de longen veroorzaakt. Een dier wat een (heftige) pinkengriepinfectie heeft gehad zal altijd restschade aan de longen overhouden en nooit meer zoveel melk gaan geven als het potentieel had gekund. Ook voor de pinkengriep geldt dat vleesvee gevoeliger is en eerder kan overlijden aan een pinkengriepinfectie. Daarom geldt ook hier voorkomen is beter dan genezen. Dit kan door middel van vaccinatie.

Wij gebruiken hiervoor Bovilis bovipast®. De registratie van dit middel is vernieuwd en kan nu al vanaf een leeftijd van twee weken gebruikt worden. Dit is belangrijk voor bedrijven waar de dieren al op jonge leeftijd symptomen van pinkengriep krijgen. De vaccinatie bestaat uit twee injecties met vier weken ertussen. Er is ook een gecombineerd vaccin wat werkzaam is tegen pinkengriep en BVD. Dit is rispoval3®. Deze entstof kan echter pas vanaf een leeftijd van drie maanden gebruikt worden. Ook deze enting moet tweemaal toegediend worden.

Longworm

Pinken die voor het eerst naar buiten gaan zijn gevoelig voor longworm. Een longwormbesmetting leidt tot hoestende pinken en kan blijvende restschade in de longen geven en hierdoor een verminderde groei en/of melkproductie op latere leeftijd. Daarnaast kan een heftige longwormbesmetting leiden tot longjacht, waarbij de dieren ernstig benauwd zijn en kunnen sterven.

Om dit te voorkomen is het nuttig de pinken voordat ze voor het eerst naar buiten gaan tegen longworm te vaccineren. Hiervoor gebruiken we Bovilis longworm®. Dit moet tweemaal oraal toegediend worden met een interval van vier weken. De tweede enting dient minimaal twee weken voordat de dieren naar buiten gaan gegeven te worden.

Ringworm

Ringworm is een schimmelinfectie die ronde kale plekken op de huid veroorzaakt. Het is besmettelijk van dier tot dier (en tot mens). Er is geen medicatie die afdoende en altijd tegen deze schimmel werkt.

Mastitis

Heftige infecties kunnen leiden tot verminderde groei. Om ringworm te voorkomen is de entstof Ringvac op de markt. Deze moet tweemaal toegediend worden met een interval van 10 - 14 dagen. Let wel, deze enting kan niet gebruikt worden bij een koppel dieren waar ringworm aanwezig is. Want als besmette dieren geënt worden verergeren de klinische symptomen.

Sinds kort is er een nieuw vaccin op de markt: Startvac®. Dit is bedoeld voor bedrijven die problemen hebben met een verhoogd celgetal en dit niet onder controle krijgen. De koeien moeten hiermee tweemaal tijdens de droogstand gevaccineerd worden. Wij hebben dit vaccin echter nog niet toegepast en hebben er nog geen ervaring mee opgedaan of het afdoende werkt.

Bedrijfsbegeleiding

Bedrijfsbegeleiding is voor veel veehouders de rode draad in hun bedrijfsvoering. Ieder rundveebedrijf heeft zijn vaste bedrijfsdierenarts die de specifieke kennis over het bedrijf heeft. Het doel van de bedrijfsbegeleiding is de diergezondheid en de technische resultaten te verbeteren c.q. optimaal te houden. Tijdens het reguliere bedrijfsbezoek (vaak een keer per vier weken) wordt de totale bedrijfsvoering doorgelicht, of aandacht besteed aan specifieke deelgebieden van de bedrijfsvoering: vruchtbaarheid, melkproductie, klauwgezondheid, uiergezondheid en jongvee opfok. Ook ziektepreventieprogramma’s kunnen aan de orde komen, evenals voeding en huisvesting.

Naast het werk op het bedrijf begeleiden de rundveedierenartsen met enige regelmaat studiegroepen en geven lezingen. Bovendien wordt met enige regelmaat een deskundige gastspreker uitgenodigd om een lezing voor onze veehouders te verzorgen. Wij vinden het belangrijk dat er goede informatie op onze bedrijven terecht komt. Door begeleiding, studiegroepen en lezingen proberen wij dit te bereiken.

Lebmaagoperaties

Een van de meest voorkomende operaties bij melkkoeien is het reponeren van een verplaatste lebmaag. Deze dislocatie (verplaatsing) kan zowel naar links als naar rechts optreden. Een lebmaag verplaatsing naar links komt vaker voor dan een verplaatsing naar rechts. De ingreep verschilt echter per kant. Bij een lebmaag rechts wordt de koe aan de rechter zijde opengesneden en de lebmaag aan de buikwand bevestigd. Bij een lebmaag links maakt Dierenartsenpraktijk Landsmeer gebruik van de aller nieuwste techniek: laparoscopie. Met behulp van een kleine camera word de lebmaag op zijn plek gezet. Dit geeft een aantal voordelen boven de ouderwetse methode van opereren:

  • Lebmaag wordt onder goed zicht aangeprikt, gepositioneerd en vervolgens op de juiste plek vastgezet
  • Minimale operatiewonden, twee gaatjes van twee cm in doorsnede i.p.v. een grote wond
  • Sneller herstel van de koe
  • Verminderd risico op complicaties door kortere operatietijd en kleinere wonden
  • Geen gebruik van antibiotica!

Contactinformatie praktijk

Gezelschapsdieren

Terug
  • Ma
    8.00 - 18.30 uur
  • Di
    8.00 - 18.30 uur
  • Wo
    8.00 - 17.00 uur
  • Do
    8.00 - 18.30 uur
  • Vrij
    8.00 - 18.30 uur
  • Za
    9.00 - 12.00 uur
  • Zo
    Gesloten

Contactinformatie bij spoedgevallen

Bel a.u.b.:

020 - 308 07 50
Terug

Vind ons hier:

Dorpsstraat 64 1121 BZ Landsmeer 8.00 - 9.00 u telefonisch spreekuur ma, di, do, vrij spreekuur 13.30 - 18.30 u wo spreekuur 13.30 - 17.00 u Uitsluitend op afspraak!
ontvang een routebeschrijving via Google Maps
Terug

Bel a.u.b. dit nummer bij spoedgevallen:

020 - 308 07 50

Landbouwhuisdieren

Terug
  • Ma
    8.00 - 18.30 uur
  • Di
    8.00 - 18.30 uur
  • Wo
    8.00 - 17.00 uur
  • Do
    8.00 - 18.30 uur
  • Vrij
    8.00 - 18.30 uur
  • Za
    9.00 - 12.00 uur
  • Zo
    Gesloten

Contactinformatie bij spoedgevallen

Bel a.u.b.:

+31 6 10 97 02 63
Terug

Vind ons hier:

Dorpsstraat 64 1121 BZ Landsmeer
ontvang een routebeschrijving via Google Maps
Terug

Bel a.u.b. dit nummer bij spoedgevallen:

+31 6 10 97 02 63